Voldoende voer?
Zorgen over de hoeveelheid voer?

Hebben volken in het najaar de 12 tot 14 kilo wintervoorraad meegekregen dan hoef je aan het eind van de winter in de regel niet te vrezen voor tekorten. Maar het kan nooit kwaad om te controleren hoe het ervoor staat. Ga net zo tewerk als in het najaar: stukje optillen aan de achterzijde, dat gevoel onthouden en dit bij de volgende kast ook doen. Grote verschillen vallen zeker op. Vergeet niet de samenstelling of het materiaal van de kasten in het oordeel mee te nemen. Sla er ook de kastkaart op na. De risicogroep vormen de  sterke volken. Die beginnen in de regel eerder met broeden en verbruiken daardoor ook meer voer. Een late vorstperiode zoals we die begin maart 2018 hadden, kan de minder sterke volken behoorlijk parten spelen. Niet de kou, maar onbereikbaar voer doet ze omkomen van de honger. Oorzaak is dat het broednestje niet wordt verlaten. De omvang van de wintertros is dan te klein om het verderop opgeslagen voer te bereiken.

Bij langdurige kou komt het voor dat een volk nog kans heeft gezien zich naar links of naar rechts naar  de voervoorraad te verplaatsen en daar zijn ze vervolgens gestorven. Ze waren niet meer in staat nog de oversteek naar de andere kant te maken. Aan de ene kant tref je veel dode bijen aan en aan de andere zijde volop voer.

Twijfel je of er in een volk voor de komende maanden voldoende voer aanwezig is, haal dan uit één van de volken met overdaad een goed gevulde raam. Hang één of het liefst twee in het minder bedeelde volk. Hang de voerramen dicht tegen de wintertros aan.
Deze handelingen staan haaks op wat hierboven staat over het met rust laten, maar nood breekt wetten.

Voeren met suikerdeeg

Geen voerramen beschikbaar geef dan een geopend pak suikerdeeg onder of boven de wintertros, bijvoorbeeld Apifonda. Of een pak Api-invert, een opgeloste, sterk geconcentreerde, vloeibare invertsuiker in een plastic verpakking. Snij een gat van een centimeter of acht doorsnede in de zak Apifonda. In Api-invert zijn slechts vijf kleine speldenprikopeningen voldoende. Leg het pak met de opening  direct in de omgeving van de bijen, met de opening gericht op het volk zodat ze er zonder omweg bij kunnen.

Past de dekplaat of dekplank niet meer, leg dan een (te) groot vel dik plastic over de broedkamer heen zodat de warmte bij het volk blijft. Zet er een lege honingkamer op. Leg op het plastic wat oude kranten voor betere isolatie. Vervolgens afsluiten met dekplaat en (geïsoleerd) dak.

Geen vloeibaar voer geven

Voeren aan het eind van de winter is alleen bedoeld om een tekort aan wintervoer te compenseren. Dus wat wordt toegediend moet daarop lijken. Vloeibaar voedsel heeft een verkeerd effect. Het stimuleert de aanwas van het broednest, maar het noodzakelijke stuifmeel voor het grootbrengen van het nageslacht is er onvoldoende of niet. Dat levert slecht doorvoede jonge bijen op die maar kort leven.

Hoe actiever, hoe hoger het voedselverbruik

Wisselende weersomstandigheden hebben een tegengesteld effect op het voergebruik. Een compacte wintertros waarin weinig activiteit verbruikt relatief weinig voedsel. Onderzoek wees uit dat tijdens zacht winterweer het voerverbruik toeneemt. De bijen zijn actiever, maken een reinigingsvlucht of verspillen energie op zoek naar vers stuifmeel en nectar waardoor ze meer van de voorraad snoepen. Het verbruik is laag bij temperatuur rond nul graden, maar is hoger als het een graad of tien is.

Deze tekst is afkomstig van Bijenwerk van de NBV.

Add Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *